Nederlandsche Briard Club

Uithoudingsvermogen (UV)

uv-1

Met de Uithoudingsvermogenproef (UV) kan een hond aantonen de lichamelijke en geestelijke eigenschappen te bezitten waarover een werkhond voor de praktijk of voor de fokkerij van werkhonden moet bezitten.
Maar niet alleen honden van de door de FCI aangemerkte werkhondenrassen kunnen aan de UV training en het examen meedoen. Alle rassen zijn welkom, als is het duidelijk dat de hond er wel de constitutie voor hebben moet, en uiteraard de conditie.De proef bestaat uit een loopoefening en een gehoorzaamheidsoefening.
Het lopen bestaat uit 20 kilometer, af te leggen naast de fiets op een snelheid van 12-15 kilometer per uur.
In deze rit zijn twee rustpauzes opgenomen waarin de keurmeester de hond nakijkt op vermoeidheidsverschijnselen en op de conditie van de voetzolen.
Na nog een rustpauze moet de gehoorzaamheidsoefening, die bestaat uit los volgen, worden afgelegd.
Verschillende kynologenclubs bieden UV training aan waarin men schematisch de afstanden naast de fiets opvoert. Trainen voor de UV proef is absoluut noodzakelijk, een ongetrainde hond kan de proef onmogelijk volbrengen.
Onder deze link vindt u een Trainingsschema en Eisen UV-Examen

 

 

Agility -Behendigheid

behendigheid_aTrainen voor agility kan bij de meeste kynologenclubs. Agility is een positieve bezigheid voor alle honden die plezier hebben in bewegen en in samenwerken met hun baas. Ras is feitelijk onbelangrijk, al hebben sommige rassen qua aanleg en bouw meer in huis om op dit terrein te schitteren dan andere.Daarom vinden de wedstrijden plaats in de categorieën grote, middel en kleine honden en in drie klassen, zodat elk ras op z’n eigen niveau de top kan bereiken. Overigens doet niet elke hond die voor agility wordt getraind mee aan de competitie. Het leuke van agility is dat deze sport ook puur recreatief kan worden bedreven, als een ideale manier van sportief bezig zijn met je hond. Waar kan ik deze hondensport beoefenen? U kunt deze hondensport beoefenen bij de regionale verenigingen, ook wel Kynologenclubs of KC’s genaamd.

 

 

 

Flyball

j-flyball jesse-aFlyball is een sport waar plezier met de hond voorop staat. Een wedstrijd bestaat uit 2 teams die tegen elkaar strijden wie het eerst (op tijd dus) foutloos weer binnen is. De twee teams bestaan uit minimaal 6 honden waarbij per wedstrijd 4 honden worden ingezet. In Nederland mogen niet meer dan 2 honden van hetzelfde ras zijn (in tegenstelling tot andere ons omringende landen, waarbij teams wel mogen bestaan uit honden van hetzelfde ras). Het is de bedoeling dat er tweemaal een race gelopen wordt.
Tijdens de wedstrijd moeten de honden één voor één over 4 hindernissen heen naar het flyball apparaat rennen, de bal zien te krijgen door met hun poot op de voet pedaal te stappen, en weer met de bal terug rennen over de vier hindernissen heen. De honden zullen dus één voor één een bal gaan halen uit het apparaat. Wanneer een hond terug keert bij de groep zal hij worden opgevangen en wordt de volgende hond uitgestuurd. Maakt de hond een fout (bijvoorbeeld een weigering of het laten vallen van de bal) dan moet de hond weer achter aan sluiten en nogmaals het parcours rennen. Waar kan ik deze hondensport beoefenen? U kunt deze hondensport beoefenen bij de regionale verenigingen, ook wel Kynologenclubs of KC’s genaamd.

 

 

 

Waterwerk

watersport-aaWaterwerk is een sport die van oudsher door het hondenras Newfoundlander wordt beoefend. Het ras had als taak om vissers te helpen met het uit water halen van de netten en het redden van drenkelingen. Waterwerk als sport heeft als doel het ras voor die oorspronkelijk taak geschikt te houden.Met als bijkomend effect dat zwemmen voor de hond zeer gezond is.Ook honden met gewrichtsproblemen voelen zich prettig in het water en bouwen een goede bespiering op. Waterwerk trainen is voor de mensen erg gezellig om te doen. De honden leren een boot en een pop (drenkeling) op te halen en uit de boot te springen en een dummy naar de kant te brengen. De sport wordt beoefend in voorjaar, zomer en najaar en trainingen vinden plaats op verschillende plekken in het land. De honden kunnen oefenen voor het halen van een brevet, in oplopende moeilijkheidsgraad van A t/m E. Jaarlijks vindt er ook een wedstrijd plaats, de Watertrials. Ook de Portugese en Spaanse waterhond hebben een werkverleden als gezel van vissers. Voor deze rassen bestaat echter nog geen infrastructuur op trainings- en wedstrijdgebied als voor de Newfoundlander.

Waar kan ik deze hondensport beoefenen? Trainingen voor waterwerk vinden plaats bij diverse districten van de erkende rasverenigingen van de Newfounlander.
Voor alle overige rassen kunt u informeren bij uw regionale Kynologenclub of bij de rasverenigingen van de waterhonden.

 

Werkhondentraining

De meeste hondenrassen zijn ontstaan als werkhond: jachthond, ongedierteverdelger, hoeder of verdediger van vee, trekhond, waakhond. In de moderne hondensport heeft het begrip ‘werkhond’ een beperktere inhoud gekregen: het werk van werkhonden in deze zin is africhting, dressuur en reddingswerk.

De FCI heeft een aantal rassen als ‘werkhond’ in deze zin aangemerkt. Toch kan iedere rashond, ongeacht de FCI aanmerking, meedoen aan de werkhondentraining.

De werkhonden disciplines zijn
-IPO (Internationale Prüfungs Ordnung)
-SpH (speurhond)
-Reddingshondenwerk.

Honden behorend tot andere rassen mogen aan trainingen en examens IPO en SpH deelnemen mits de betreffende rasvereniging toestemming heeft gegeven. Reddingshondenwerk wordt beoefend door diverse rassen.

IPO

pakwerk-aIPO bestaat uit de onderdelen A, B en C, respectievelijk speuren, gehoorzaamheid en verdedigingswerk, en wordt getraind op drie niveaus, I, II en III.Bij het speuren moet de hond laten zien dat hij een spoor – dat op niveau I de voetstappen van zijn geleider zijn, bij II en III van een vreemde – kan uitwerken. Daarbij moet hij op het spoor achtergelaten voorwerpen met de geur van de spoorlegger aanwijzen of apporteren, en een verleidingsspoor negeren. Het appèlgedeelte bevat algemene gehoorzaamheidsoefeningen, waaronder los volgen in verschillende tempo’s, staan, zitten en afgaan, al dan niet met komen op bevel, vooruit sturen en apporteren, met terugkomen ook over hindernissen (haag en klimschutting). Het verdedigingswerk omvat het opsporen (revieren), aanblaffen en stellen van de ‘boef’ oftewel de pakwerker, het begeleiden van lopend verplaatsen van de pakwerker, met ingrijpen als die probeert te ontsnappen. Daarbij wordt ook de moed van de hond op de proef gesteld, als de pakwerker naar hem dreigt en schreeuwt.De drie onderdelen komen bij alle drie examens voor, in opklimmende mate van moeilijkheid.

 

 

Speurhond (SpH)
De discipline Speurhond (SpH) gaat verder dan het speuren in de IPO proef en wordt in twee niveaus geëxamineerd, I en II, bij II zijn de eisen zwaarder dan bij I. Bij SpH moet de hond een lang, ongeveer drie uur oud spoor uitwerken, met diverse hoeken, meerdere voorwerpen die de hond moet aanwijzen of apporteren, en verleidingssporen die moeten worden genegeerd. Trainen voor IPO en SpH kan via de rasverenigingen: de numeriek grote werkhondenrassen hebben daarvoor kringgroepen, verdeeld over het land. Ook zijn er verenigingen die gespecialiseerd zijn in deze sporten, zij zijn verenigd in de Nederlandse Bond van Gebruikshondensportverenigingen (NBG).

 

Reddingshond

reddingshond(2)-aBij het reddingshondenwerk wordt ook gespeurd, maar dan op een andere manier: nu gaat het er om slachtoffers te vinden. Op een examen moeten op verschillende niveaus opdrachten op buitenterrein en in puin worden uitgewerkt.  Het trainen gebeurt bij gespecialiseerde verenigingen, die zich ook meestal daadwerkelijk met speuren in noodsituaties bezighouden.
Examens
De Commissie Werkhonden coördineert de examens UV, VZH, IPO, SpH en reddingshondenwerk die door de rasverenigingen van de werkhondenrassen, werkhondenverenigingen worden aangevraagd en verzorgd, en houdt het overzicht over de inzet van de keurmeesters. Nederlands Kampioenschap & Wereldkampioenschap. Jaarlijks organiseert de Commissie Werkhonden zelf twee evenementen: de Nederlandse Kampioenschappen voor Speurhonden en voor Werkhonden. De Commissie stelt ook jaarlijks het team vast dat Nederland vertegenwoordigt op het FCI-Wereldkampioenschap.

 

Reddingshondenwerk
De taak van een reddingshond (search and rescue, afgekort SAR) is het zoeken naar en vinden van slachtoffers. Slachtoffers zijn mensen die liggen, zitten, hangen of begraven zijn. De hond heeft bewezen zeer effectief te zijn in het op sporen van mensen want hij beschikt over een geweldig reukvermogen en over  instinct om gebieden af te zoeken. Bij het zoeken naar slachtoffers wordt gebruik gemaakt van de natuurlijk aanwezige jachtdrift van de hond. Voor reddingshondenwerk zijn vele rassen en ook rasloze honden geschikt. Behalve dat ze aanleg moet hebben voor dit werk is echter ook hun bouw van belang. In de praktijk zijn het vooral middelgrote behendige rassen die aan Reddingshondenwerk doen, zoals de Duitse, Nederlandse en Belgische herdershondenrassen, de Labrador en de Golden Retriever. Voor een hond aan de Reddingshondenwerk-opleiding kan beginnen moet hij goed zijn gesocialiseerd en een behoorlijke basisgehoorzaamheid hebben. Je kunt een hond trainen voor reddingshondenwerk om hem inzetbaar te maken bij rampen en zoekacties. Maar reddingshondendiploma’s halen en aan wedstrijden meedoen wordt ook als sport beoefend. Combinatie van praktijkhond en sporthond komt ook voor.
De honden dienen een hoge mate van zelfstandigheid te ontwikkelen. Getraind wordt op basis van motivatie, positieve bekrachtiging en shaping. Beloningen worden gegeven in de vorm van voedsel of favoriete speeltjes, afhankelijk van de voorkeur van de hond. Volgen van het IPO-R programma is voor werk en sport een must. Het IPO-R programma bestaat uit appèl,  hindernissen en zoekwerk.
De examens en wedstrijden zijn er in verschillende disciplines: vlakterevieren, puin, lawine en waterwerk. De diploma’s zijn er weer op verschillende niveaus. Het eerste heet reddingshondengeschiktheidsdiploma, daarna volgen niveau A en B, bij lawinezoeken nog niveau C, en bij waterwerk ook niveau D.

 

Waar kan ik deze sport beoefenen?
In heel Nederland zijn diverse reddingshondengroepen actief. Sommige zijn in hoofdzaak gericht op het praktijkwerk, andere op de sport. De groepen verzorgen de opleiding voor hun leden. Trainen is intensief. De deelnemers zijn niet alleen bezig met hun eigen hond maar fungeren ook regelmatig voor elkaar als ‘slachtoffer’. De opleiding kan verder gaan dan alleen het werk met de hond en bijvoorbeeld ook lessen EHBO voor mens en hond, portofooncommunicatie, kaart-, kompas- en GPS-training omvatten en/of conditietesten en abseilen met de hond.
Voor meer informatie: Nederlandse Reddingshonden Bond: www.nrhb.nl

 

Schapen drijven

myrtille 001-a Hoeden en drijven van vee was het werk van de vele herdershondenrassen. Bij hoeden ligt het accent op het op een bedoelde plaats houden en beschermen van het vee (de taak van de hond wordt dan wel aangeduid als ‘lopende afzetting’), bij het drijven gaat het om het bijeendrijven en verplaatsen van vee. Vooral het drijfwerk wordt tegenwoordig als hobby en sport beoefend. In het bijzonder liefhebbers van Border Collies zoeken deze sport op als ze hun honden willen bezighouden, maar diverse andere herdershondenrassen laten zich ook met plezier voor het veedrijven trainen. In de praktijk hoedden en dreven herdershonden ook koeien en varkens, maar in de sport beperkt men zich vooral tot actieve schapenrassen, al zet men soms ook loopeenden in. Uiteraard vraagt de verzorging van dieren die worden gedreven veel aandacht. Het drijven omvat vaardigheden als het ophalen, het wegdrijven, het scheiden en het in een kleine ruimte drijven van schapen. Demonstraties schapendrijven door ervaren handlers zijn een spectaculair en geliefd programma-onderdeel van menig outdoor publieksevenement. Ook het BBC televisieprogramma One Man and His Dog heeft deze sport heel bekend gemaakt.
Wedstrijden in schapendrijven werden al georganiseerd in de tijd dat de herdershond nog een pure gebruikshond was, nog voor 1900. Onderlinge competities wie de snelst drijvende hond had leverden voor de eenzaam levende herders aangename sociale evenementen op. Dat zijn de wedstrijden tot op de dag van vandaag gebleven, alleen nu vooral voor handlers die het om de sport gaat. De sportieve ontmoetingen vinden niet meer alleen meer op lokaal, regionaal of nationaal niveau plaats. Bij schapendrijven bestaat een Europees en zelfs een Wereldkampioenschap.

 

Ringtraining
Een goede presentatie in de showring is ‘werken’ met je hond en daarvoor trainen is zeer de moeite waard. Bij de keuring in de showring gaat het erom dat de hond zich zo voordelig mogelijk toont. De keurmeester moet de hond beoordelen in stand en in beweging. Om een goed totaalbeeld te krijgen zal een keurmeester de hond meestal ook willen aanraken, zeker als die een dikke vacht heeft. Een hond moet dus op een show rustig kunnen staan, soepel kunnen meelopen en zich zonder problemen laten betasten. De ene hond gaat dat makkelijker af dan de andere. Door oefening valt echter veel te leren, en ook te perfectioneren.
De cursus waar je kunt leren je hond zo goed mogelijk voor te brengen heet Ringtraining. Veel regionale verenigingen hebben dit in hun aanbod. Waar je in Nederland woont, het is vrijwel altijd mogelijk in de buurt ringtraining te volgen. Iedere vereniging organiseert de ringtraining op een andere manier. Sommige hebben een cursus van enkele weken met een bepaalde opbouw erin, andere bieden een wekelijks uurtje aan, waarop ieder die dat wil, al dan niet na aanmelding, per keer terecht kan. Tijdens de ringtraining wordt de situatie in de ring nagebootst. Elke handler krijgt een of meerdere malen de gelegenheid met zijn hond de elementen te oefenen van de individuele keuring: in stand zetten en blijven staan, gebit tonen, betasten, gangwerk tonen in een driehoek en op en neer. Dat kun je natuurlijk ook best thuis oefenen. Maar bij de ringtraining is er de instructeur, die je hond bekijkt met keurmeestersblik, en die tips geeft om de presentatie te verbeteren. Vaak is als hulpmiddel een grote spiegel aanwezig, waarin de handler zijn hond te zien krijgt vanuit het gezichtspunt van de keurmeester. Het is zeer leerzaam om staand voor de spiegel van de instructeur te horen waarnaar een keurmeester kijkt, en dat dan ook zelf in je hond te leren zien.

 

Obedience
Obedience is een Engelse wedstrijdsport. Obedience betekent gehoorzaamheid. Bij Obedience gaat het om perfectie, om gehoorzaamheid in optima forma. Oefeningen die aan bod komen zijn aangelijnd en los volgen, komen op bevel, zitten/af met de geleider in en uit zicht, apporteren, sorteren, laten betasten, vooruitsturen en appèl op afstand. De sport omvat zes wedstrijdklassen, die een oplopende moeilijkheidsgraad kennen en waarin baas en hond als team getest worden op hun vaardigheden in de diverse oefeningen. Elke volgende klasse betekent een hogere moeilijkheidsgraad en/of oefeningen erbij. Het is een strak gereglementeerde sport waarvan de regels worden vastgesteld door The Kennel Club (UK) Obedience is een sport voor iedereen. De geleider kan jong of oud zijn, de hond groot of klein, rashond of kruising, alles is mogelijk. Anders dan bij veel andere sporten staat bij Obedience het Kampioenschap ook open voor rasloze honden. Het is dus wel duidelijk een sport voor honden die op dit gebied goed te motiveren zijn, voor het overgrote deel zijn de deelnemers herdershonden. Aan de top komen vooral Border Collies en Working Sheepdogs. Lichamelijk eist Obedience niet al te veel van de hond, dus zolang zijn geest goed blijft is het mogelijk voor een hond om tot op zeer hoge leeftijd en met plezier mee te blijven draaien. Obedience is een sport voor iedereen die je dagelijks, het hele jaar door, met je hond kunt beoefenen. Aan de oefenruimte of uitrusting worden geen speciale eisen gesteld. Twee keer per maand vindt er in Nederland een Obedience wedstrijd plaats. ’s Zomers zijn de wedstrijden buiten en ’s winters binnen. Het Engels gereglementeerde Obedience en het Nederlands gereglementeerde Gedrag & Gehoorzaamheid zijn niet helemaal identiek maar wel verwante sporten.

Waar kan ik deze hondensport beoefenen?
U kunt deze hondensport beoefenen bij sommige regionale verenigingen, ook wel Kynologenclubs of KC’s genaamd

 

Doggy dance
Dogdancing, canine freestyle, doggy dance en heelwork to music vormen een nieuwe hondensport, waarbij de hond samen met de geleider oefeningen uitvoert op  muziek. Doggydance komt uit Engeland, de Verenigde Staten en Canada, waar het eind jaren 1980, begin jaren 1990 ontstond.
De sport is ontstaan vanuit obedience – tot in perfectie uitgevoerde gehoorzaamheid. Bij demonstraties obedience werd ter opluistering wel eens muziek werd gedraaid en zo ontstond heelwork to music: volgen op muziek. Bij heelwork to music blijft de hond, net als bij obedience, dicht bij de geleider.
Allengs werd de fantasie van de beoefenaars geprikkeld. Het bleek uitdagend om honden ook andere bewegingen (springen, rollen, op de achterbenen gaan, achteruit lopen bijvoorbeeld) te laten uitvoeren tijdens het rondje lopen met de geleider. Sommige oefeningen bleken op enige afstand van de geleider te kunnen plaatsvinden. Zo ontstond een presentatie die meer leek op dansen met de hond. Het begin van wat wordt aangeduid met dogdancing, doggy dance en canine freestyle. Vanuit het ritmisch bewegen werden choreografieën bedacht met artistieke kwaliteit. Heelwork to music/doggy dance presentaties werden een geliefd element in het voorprogramma in de erering op tentoonstellingen. Elke dans is anders, vaak adembenemend, geen hondenliefhebber die er niet door wordt geraakt. Doggy dance is zo allengs in brede kring bekend en geliefd geworden. Trainen gebeurt op positieve manier, veelal met de clicker. Een goede basisgehoorzaamheid blijft nodig, maar de oefeningen zijn inmiddels zeer veelzijdig. Ze worden opgebouwd vanuit wat de hond zelf aandraagt en waarvoor hij te motiveren is. Bij doggy dance hebben hond en geleider vooral plezier in met elkaar in beweging bezig zijn.

 

Canicross

image114canicros-a

Canicross is een mooie term voor hardlopen met je hond, het liefst over een wat ruiger terrein. Het is een sport die voor veel mensen en honden is weggelegd. Trainen kost niets en je hoeft nergens lid van te worden of zelfs maar aan mee te doen. Als mens en hond maar fit genoeg zijn, en de hond in ieder geval uitgegroeid, dus zeker ouder dan een jaar. Canicross is verwant aan ski-jöring uit de sledehondensport. Buiten het sneeuwseizoen gaan beoefenaars van deze sport met hun honden hardlopen.

Bij canicross in wedstrijdvorm vormen baas en hond een team dat (hard)lopend een parcours aflegt tussen twee en acht kilometer. Er zijn leeftijdsklassen, voor mannen en vrouwen. Ook kinderen kunnen canicrossen en lopen op een wedstrijd afhankelijk van de leeftijd tussen tweehonderd meter en drie kilometer.
De hond is aangelijnd en de geleider heeft de lijn meestal bevestigd aan een gordel om zijn middel, de lijn in de hand houden mag ook. De hond mag de baas trekken, maar omgekeerd is niet toegestaan.
In Nederland staat canicross als wedstrijdsport nog in de kinderschoenen, in tegenstelling tot België en Frankrijk.

 

Breitensport
De vertaling van Breitensport is breedtesport en de breedte slaat op het scala aan aspecten dat bij deze sport aan de orde komt. Het is een combinatie van gehoorzaamheid, hordeloop, slalom en hindernisbaan, met als optie erbij een duurloop. De sport komt uit Duitsland en is geschikt voor volwassen honden van allerlei rassen die beschikken over een basisniveau gehoorzaamheid. De Breitensport wordt in Nederland, in lijn met de traditie van de sport in het land van oorsprong,  gecoördineerd en gereglementeerd door de Stichting Breitensport Nederland. Daarnaast is actief de Nederlandse Breitensport Bond.
De sport kan recreatief en in competitief verband worden beoefend. In de competitie zijn perfectie en snelheid van belang. Handler en hond zijn bij alle oefeningen dicht bij elkaar. De competitie kent de klassen Aspirant, Vierkamp 1, Vierkamp 2, Terreinloop 2 en 5 kilometer en CSC (Combination-Speed-Cup).
In het onderdeel Gehoorzaamheid komen oefeningen aan de orde als zit en blijf, af en blijf, halt houden, wendingen, snelle pas, langzame pas en gewone pas en staan. De hordeloop bestaat uit een parcours met drie of zes horden. Bij de slalom, 75 meter lang, moet de hond netjes aan een kant naast het been van de handler blijven. De hindernisbaan bestaat uit acht onderdelen: hoogtesprong, schutting , tunnel, brug, ton, band, breedtesprong en nog een hoogtesprong. Hondeloop, slalom en hindernisbaan worden in een wedstrijd twee keer gelopen. Een duurloop van twee of vijf kilometer kan ook onderdeel uitmaken van een wedstrijd.

 

CombiSport
CombiSport is, net als Breitensport, een combinatie van gehoorzaamheid en behendigheid, waarbij het gaat om perfectie in de uitvoering en snelheid bij de behendigheidsonderdelen. De sport is geschikt voor alle rassen en kruisingen met een geleider die sportief genoeg is om snel te kunnen meerennen.
Het onderdeel gehoorzaamheid is gebaseerd op het Gedrag & Gehoorzaamheid (GG) -programma en bestaat uit volgoefening, een volg-blijfoefening, voorkomen, apporteren en bij de het hogere niveau ook appèl op afstand. Bij Combi Jump lopen baas en hond in een rechte lijn over vier sprongen. De totale lengte van het parcours is 50 meter. Zowel baas als hond moet de hindernissen springen. Bij het onderdeel Combi Speed lopen baas en hond een grote slalom tussen poortjes door. De Combi Speed bevat een startpoort en een finishpoort. Daarnaast moet de combinatie drie bochten linksaf maken en drie bochten rechtsaf. De totale lengte van het parcours bedraagt 52,5 meter en in veteranen klasse (1 poortje minder) 45 meter. De poortjes zijn gemaakt van flexibele stokken vergelijkbaar met de poortjes bij het slalom skiën.
Het laatste onderdeel, de stormbaan, bestaat uit een rechte lijn van acht (behendigheids)toestellen. De lengte van de baan is in totaal 70 meter. De volgorde van de hindernissen mag variëren maar begint en eindigt met een sprong, daartussen een schutting, tunnel, aangepaste kattenloop, band, breedtesprong en hoogtesprong.

Bij de CombiSport draait het om samenwerken. Hond en geleider moeten dicht bij elkaar blijven.
De sport kan recreatief worden beoefend maar deelnemen aan wedstrijden is ook mogelijk.
Competitie vindt plaats in vijf klassen, de wedstrijdklassen A, B en C, de Debutantenklasse voor combinaties waarvan zowel de hond als de geleider nooit eerder in de A, B of C-klasse een wedstrijd hebben gelopen en de Veteranenklasse, bedoeld voor honden die het na een CombiSportcarrière wat rustiger aan moeten doen, maar nog wel plezier in de sport hebben. Deze klasse is toegankelijk voor honden van 7 jaar en ouder en verplicht voor honden van 10 jaar en ouder. Promotie naar een hogere klasse gebeurt via een systeem van promotiepunten, die verdiend kunnen worden op Classificatiewedstrijden. Voor iedere klasse is er een jaarlijkse competitie. Van de competitiewedstrijden tellen de beste vier resultaten.Winnaar in een klasse is degene, die in totaal over deze vier resultaten het meeste aantal punten heeft behaald.

 

Dog Frisbee
Frisbeeën met de hond heeft zich ontwikkeld tot een sport. Het ziet er simpel uit maar is dat zeker niet omdat er hoge eisen worden gesteld aan de randvoorwaarden. Gebeurt dat niet dan is het zelfs een gevaarlijke sport met een groot risico op blessures. Van belang zijn om te beginnen de kwaliteit van de frisbeeschijf, die om de mond te ontzien zacht en helemaal gaaf moet zijn. De schijven hebben geen lang leven dus regelmatig nieuwe aanschaffen hoort er bij. De geleider moet de schijf op de juiste manier weten te werpen, een techniek die moet worden aangeleerd. Als de hond in het spel zit zal hij de frisbee altijd proberen te vangen en een verkeerd geworpen frisbee kan verkeerd worden opgevangen en zo de oorzaak worden van een gemene blessure. Om dezelfde reden van veiligheid moet de ondergrond vlak en stroef zijn en er mogen geen andere honden in de buurt zijn. Frisbee is voor de hond een sport die het lichaam zwaar belast dus zijn conditie moet goed zijn en hij moet volledig zijn uitgegroeid. Verder mag de hond niet te lang achter elkaar werken en pas na een goede warming up; na afloop is ook aandacht nodig voor een cooling down.

Alhoewel de sport theoretisch door alle rassen kan worden beoefend, mits de geleider rekening houdt met de specifieke eigenschappen van het ras, is het wel zo dat de sport minder geschikt is voor grote en zware honden. De hond moet een basisniveau hebben op het gebied van gehoorzaamheid want hij moet los werken, en apporteren moet hij leuk vinden want daar is deze sport op gebaseerd. Wie met zijn hond wil gaan frisbeeën doet er goed aan zich goed voor te bereiden door workshops en trainingen te volgen om de techniek aan te leren. Er worden ook frisbee wedstrijden georganiseerd, die zich ofwel concentreren op puur werpen en vangen in relatie tot afstand en tijd, in een andere tak van de wedstrijdsport wordt het werpen en vangen ingekaderd in een bepaalde choreografie en ondersteund met muziek.

Treibbal
Drijfbal, in het Duits Treibball, is bedacht door Jan Nijboer, een in Duitsland wonende Nederlander, als een leuke vorm om actief bezig te zijn met de hond. De hond moet bij drijfbal op commando ballen naar een doel brengen. Dat mag door duwen met zijn neus of met zijn schouder. Het is een sport die veedrijvers en veehoeders aanspreekt, want je kunt het zien als een soort schapendrijven zonder vee. Maar ook andere rassen kunnen zich tot deze activiteit aangetrokken voelen. Want ergens achteraan jagen is voor bijna alle honden uitdagend. Voor deze sport is een basis niveau gehoorzaamheid nodig. De commando’s kunnen worden gegeven worden met de stem, met gebaren of de fluit en het aanleren kan desgewenst met de clicker. Het is geen belastende sport, topconditie is niet nodig, het kan worden gedaan door jonge en oude honden. Drijfbal training wordt door een aantal hondenscholen en verenigingen aangeboden maar het is desgewenst ook een activiteit die je zelf in de tuin met de hond kunt beoefenen volgens je eigen inzicht en regels, eventueel na het volgen van een instructiedag/workshop. De ballen zijn meestal grote gymnastiekballen met een doorsnede van 50-70 centimeter. Bij drijfbal als wedstrijdsport moet de hond op aanwijzing van de geleider acht van die ballen naar een goal dirigeren. Ze liggen bij aanvang in een piramidevorm (4, 3 en 1), waarbij de ene bal het verst van de geleider ligt en het eerst naar het doel gedreven moeten worden. De sport staat in Nederland in de kinderschoenen.

Rally-O
Rally-O is een sport waarbij gehoorzaamheidsoefeningen (in het Engels: obedience, daar staat de O voor) worden uitgevoerd in een parcours dat qua vlotheid en spanning doet denken aan agility/behendigheid. De sport komt uit de VS/Canada. Voorwaarde om deze sport te kunnen beoefenen is dat de hond kennis heeft van een aantal gehoorzaamheidscommando’s en onder appèl staat. Rally-O is aantrekkelijk voor diverse rassen; formaat maakt daarbij niet uit. Ook diverse kruisingen zijn in deze tak van sport zeer actief.
Het basisrepertoire bestaat uit vijftig deels samengestelde gehoorzaamheidsoefeningen. Zoals volgen in diverse tempi en met richtingverandering en wendingen, sprongen, halt houden, zitten en voorroepen. Afhankelijk van het niveau worden ze aangelijnd of los uitgevoerd. In Rally-O loopt een deelnemer in zijn eigen tempo een parcours dat is samengesteld door de keurmeester. Dit parcours bestaat uit genummerde houders met hierin bordjes waarop de uit te voeren oefeningen staan zowel in tekst als symbolen. Het aantal uit te voeren oefeningen ligt tussen de 10 en 20, afhankelijk van de klasse waarin de deelnemer uitkomt. De kunst is het om dit parcours zo vloeiend mogelijk in volgorde af te leggen. De hond moet plezier hebben en tonen in het werken en de geleider mag de hond daartoe aanmoedigen, prijzen en belonen. Tijdens een wedstrijd moet beloning met voer en speeltjes echter achterwege blijven.

Rally-O is zowel recreatief als in competitievorm te beoefenen. De startersklassen in de competitie zijn Novice-B voor geleiders wier hond een van de volgende diploma’s heeft behaald: GG-1 (Cynophilia), Sociale Huishond (FHN), VZH., IPO-1, VH-1, KNJV-C, Apporteersport-A (FHN), Rally Novice titel of Obedience Novice titel, en Novice-A voor geleiders wier hond nog geen van bovenstaande diploma’s of titels heeft behaald. Een score van 70/100 levert een kwalificatie op en drie kwalificaties een promotie. Met drie kwalificaties in de Novice klasse promoveert de hond naar de Advanced klasse, met drie kwalificaties in de Advanced klasse naar de Excellent klasse. Na het behalen van drie kwalificaties in de Excellent klasse kan de hond in de Excellent-Competition klasse voor wedstrijden worden ingeschreven.