Nederlandsche Briard Club

PDF bestand  KLIK HIER   

FEDERATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (AISBL)
Place Albert 1er, 13, B 6530 Thuin (Belgique), tel : +32.71.59.12.38, fax : +32.71.59.22.29, email : info@fci.be

INTERNATIONAAL FOKREGLEMENT VAN DE F.C.I.

NEDERLANDSE VERTALING

De Nederlandse vertaling is een hulpmiddel bij het lezen van de internationaal geldende fokregels.
De door de FCI uitgegeven regels zijn de documenten die internationaal zijn vastgesteld en gelden voor de nationale kennelclubs. Deze regels zijn geen onderdeel van het Kynologisch reglement van de
Raad van Beheer en worden daarom niet (direct) gehandhaafd.

Vertaling: mevrouw T. van Adrichem Bogaert Kwint.

INLEIDING

1. Het Internationaal Fokreglement van de Fédération Cynologique Internationale (FCI) is bindend voor alle landen, die lid zijn, alsmede voor alle contractpartners.

Dit FCI-Fokreglement is rechtstreeks van toepassing op alle landen, die lid zijn van de FCI,
alsmede op de contractpartners. Dit houdt in, dat er slechts gefokt mag worden met honden,
die in het bezit zijn van een stamboom en die, zowel van karakter als functioneel maar ook in
erfelijk opzicht gezond zijn en zijn ingeschreven in een door de FCI erkend stamboek of register (bijlage).   Eveneens dienen deze honden te voldoen aan de eisen, die worden gesteld door het desbetreffende FCI-lid of contractpartners.

De enige honden, die in erfelijk opzicht als gezond worden beschouwd zijn honden, die de rasspecifieke eigenschappen, zoals vastgelegd in de standaard, het rastype en het rastypisch karakter doorgeven,
zonder dat zij ook maar enige erfelijke tekortkomingen tonen, die de functionele gezondheid van hun nakomelingen zouden kunnen schaden. De leden en contractpartners van de FCI zijn in dit kader verplicht elke overdrijving m.b.t. de raskenmerken in de standaard, welke zouden kunnen leiden tot schade aan de functionele gezondheid van de hond, te voorkómen.

Er mag niet gefokt worden met honden met uitsluitende fouten, zoals afwijkend karakter, aangeboren doof- of blindheid, hazenlip, gespleten gehemelte, wezenlijke gebitsfouten of kaakafwijkingen, PRA, epilepsie, cryptorchisme, monorchisme, albinisme, onjuiste vachtkleuren of middels een diagnostisch onderzoek vastgestelde ernstige heupdysplasie.

Wat betreft duidelijke vast te stellen erfelijke afwijkingen, zoals b.v. HD of PRA, zijn de landen, die lid zijn van de FCI en de contractpartners, verplicht lijders te registreren, deze afwijkingen methodisch te bestrijden en de ontwikkeling hiervan continu te registreren en op verzoek de FCI hierover te rapporteren.

De FCI, haar leden en contractpartners worden bij het evalueren van, het assisteren bij en het adviseren over de bestrijding van erfelijke afwijkingen, ondersteund door de Wetenschappelijke Commissie. In het geval, dat de Wetenschappelijke Commissie een lijst van maatregelen zou uitgeven, zal deze aangenomen moeten worden door het Bestuur van de FCI.

De deskundigheid en verantwoordelijkheid voor het fokken rust bij de leden en contractpartners van de FCI en houdt in: fokbegeleiding, fokadvies en foktoezicht, alsmede het bijhouden van het stamboek.

De leden van de FCI en contractpartners zijn verplicht hun eigen fokreglement op te stellen, op basis van het FCI Fokreglement, waarin de doelstellingen m.b.t de fokkerij zijn vastgelegd. Dergelijke reglementen moeten adequaat en in redelijke mate rekening houden met de specifieke werkeigenschappen van de desbetreffende rassen.

Het is hondenhandelaren en commerciële hondenfokkers niet toegestaan te fokken in een land, dat lid of contractpartner is van de FCI.

2. Op de wederzijdse rechten en plichten van teven- en dekreu eigenaren zijn hoofdzakelijk nationale wetten van toepassing en voorschriften, vastgesteld door nationale kennelclub, hun rasclubs of- verenigingen en particuliere overeenkomsten. Bij het ontbreken van dergelijke voorschriften en overeenkomsten prevaleert het Internationale Fokreglement van de FCI.

Fokkers en eigenaren van dekreuen wordt dringend aangeraden om vóór iedere dekking een schriftelijke overeenkomst aan te gaan, waarin de financiële Verplichtingen van beide partijen duidelijk zijn omschreven.

De “eigenaar”van een hond is de persoon, die het dier wettelijk heeft verkregen, die in het bezit is van de hond en die dit kan bewijzen aan de hand van het bezit van een rechtsgeldige officiële registratie en stamboom.

De “gevolmachtigde” van de dekreu is ofwel de eigenaar ofwel de persoon, die van de eigenaar toestemming heeft gekregen deze dekreu beschikbaar te stellen voor dekkingen.

TRANSPORT EN VERBLIJFSKOSTEN VAN DE TEEF

3. De eigenaar van de teef wordt aangeraden de teef persoonlijk, of door een vertrouwd persoon, naar de dekreu te brengen en weer op te halen. Verblijft de teef meerdere dagen bij de gevolmachtigde van de dekreu, dan is de eigenaar van de teef financieel aansprakelijk voor de kosten van voeding en huisvesting, indien nodig diergeneeskundige zorg en eventuele schade aan woning of kennel van de gevolmachtigde van de dekreu alsmede voor de kosten van het retour transport.

AANSPRAKELIJKHEID

4. Volgens de wetgeving van de verschillende landen is de persoon, die een dier onderdak verleent en verzorgt, wettelijk aansprakelijk voor enigerlei aan derden in die periode toegebrachte schade.
De eigenaar/gevolmachtigde van de dekreu dient hiermee rekening te houden bij het aanvragen van een
WA-verzekering.

OVERLIJDEN VAN DE TEEF

5. Mocht de teef overlijden, tijdens haar verblijf bij de gevolmachtigde van de dekreu, dan is deze verplicht het overlijden en de oorzaak daarvan door een dierenarts te laten vaststellen. Hij zal de eigenaar van de teef zo spoedig mogelijk in kennis moeten stellen van het overlijden, alsmede de oorzaak daarvan. Indien de eigenaar van de teef de overleden teef wenst te zien, dan is de gevolmachtigde van de dekreu verplicht aan dit verzoek te voldoen. Indien het overlijden veroorzaakt blijkt te zijn door nalatigheid van de gevolmachtigde van de dekreu, dan is laatstgenoemde aansprakelijk de eigenaar van de teef voor het verlies te compenseren. Mocht worden vastgesteld, dat de gevolmachtigde van de dekreu in geen enkel opzicht
verantwoordelijk is geweest voor het overlijden van de teef, dan is de eigenaar van de teef verplicht om alle gemaakte kosten, als gevolg van het overlijden, aan de gevolmachtigde van de dekreu te vergoeden.

KEUZE VAN DE DEKREU

6. De gevolmachtigde van de dekreu is verplicht de teef uitsluitend te laten dekken door de in de overeenkomst genoemde reu. Mocht deze reu niet in staat zijn te dekken, dan is het niet toegestaan, zonder voorafgaande toestemming van de eigenaar van de teef, om een andere reu te gebruiken.

ONGEWENSTE DEKKING

7. In het geval, dat de teef per ongeluk is gedekt door een andere dan de overeengekomen reu, dient de gevolmachtigde van de dekreu, die de teef onder zijn hoede heeft, de eigenaar van de teef in kennis te stellen en dient hij al diens uitgaven als gevolg van deze ongewenste dekking te vergoeden. In het geval van een ongewenste dekking, is het niet toegestaan over te gaan tot een nieuwe dekking met de oorspronkelijk geplande dekreu. In dat geval kan de gevolmachtigde van de dekreu geen dekgeld in rekening brengen.

DEKBEWIJS

8. De gevolmachtigde van de dekreu verklaart schriftelijk, d.m.v. een dekbewijs, dat de dekking met de overeengekomen dekreu heeft plaatstgevonden. Door ondertekening van dit formulier verklaart hij ooggetuige te zijn geweest van deze dekking. Indien de organisatie , die het stamboek bijhoudt, waarin de pups ingeschreven moeten worden, het gebruik van specifieke documenten vereist, dan is het de taak van de eigenaar van de teef om daarvoor te zorgen en deze juist in te vullen en door de gevolmachtigde van de dekreu te laten ondertekenen.

Het is verplicht, dat het dekbewijs de volgende informatie inhoudt:
a. Naam en stamboomnummer van de dekreu
b. Naam en stamboomnummer van de teef
c. Naam van de gevolmachtigde/eigenaar van de dekreu
d. Naam en adres van de eigenaar van de teef op het moment van de dekking en mogelijkerwijs de    aankoopdatum van de teef
e. Plaats en datum van de dekking
f. Handtekeningen van de gevolmachtigde/eigenaar van de dekreu en de eigenaar van de teef
g. Indien de organisatie, die het stamboek bijhoudt, waarin de pups ingeschreven dienen te worden, een gewaarmerkte fotokopie of uittreksel van de stamboom van de dekreu vereist, dient de gevolmachtigde van de dekreu deze documenten kostenloos aan de eigenaar van de teef te verstrekken.

BETALING VAN HET DEKGELD

9. De eigenaar van de dekreu mag weigeren om het dekbewijs te ondertekenen, zolang het overeengekomen dekgeld niet is betaald. Het is hem echter niet toegestaan de teef als onderpand te behouden.

10. Indien de overeengekomen dekreu de dekking, om welke reden dan ook, niet volbrengt, of indien de teef zich niet wil laten dekken, waardoor er geen dekking plaats kan vinden, heeft de eigenaar van de dekreu recht op betaling van de vergoedingen als bedoeld in artikel 2. Hij mag echter geen aanspraak maken op het dekgeld.

11. Afgezien van het overeengekomen dekgeld, heeft de eigenaar van de dekreu jegens de eigenaar van de teef geen rechten voor wat betreft het nest. Ter verduidelijking hij heeft geen recht op een pup uit het nest. Is er echter een onderlinge overeenkomst, dat i.p.v. het dekgeld, een pup zal worden geleverd, dan moet dat vóór de dekking schriftelijk worden overeengekomen.

Deze schriftelijke overeenkomst moet de volgende bepalingen bevatten:
a. De datum, waarop de eigenaar van de dekreu de pup mag uitkiezen
b. De datum, waarop de eigenaar van de dekreu de uitgekozen pup feitelijk in ontvangst zal nemen
c. De datum, waarop de eigenaar van de dekreu een pup uitgekozen moet hebben (na deze datum zal zijn recht om een pup uit te kiezen vervallen)
d. De datum, waarop de eigenaar van de dekreu de pup moet komen ophalen (na deze datum komt zijn recht op een pup te vervallen)
e. Een afspraak over de transportkosten
f. Specifieke bepalingen voor het geval, dat alle pups doodgeboren zijn, of er slechts één levende pup is, of indien de uitgekozen pup doodgaat alvorens de eigenaar van de reu deze in zijn bezit heeft.

LEEGBLIJVEN VAN DE TEEF

12. Na een geslaagde dekking wordt de dekreu geacht zijn plicht te hebben gedaan en heeft de eigenaar van de dekreu derhalve recht op het overeengekomen dekgeld. Dit houdt niet noodzakelijkerwijze in, dat de teef drachtig is. Indien de teef leeg blijft, is het aan de eigenaar van de dekreu, hetzij bij de eerstvolgende loopsheid, een gratis herdekking aan te bieden, hetzij een percentage van het dekgeld terug te betalen. Afspraken hierover dienen schriftelijk te zijn vastgelegd en vóór de dekking in de fokovereenkomst te zijn opgenomen. De termijn voor een gratis dekking eindigt bij het overlijden of de eigendomsoverdracht van de dekreu of bij het overlijden van de teef. Indien (door sperma-onderzoek) kan worden bewezen, dat de dekreu op het moment van de dekking onvruchtbaar was, dient het dekgeld aan de eigenaar van de teef te worden terugbetaald.

KUNSTMATIGE INSEMINATIE

13. Kunstmatige inseminatie mag niet worden toegepast op dieren, die zich niet eerder op natuurlijke wijze hebben voortgeplant. In bepaalde gevallen kunnen door nationale kennelclubs uitzonderingen worden gemaakt (b.v. of de reu, of de teef heeft zich nog niet op natuurlijke wijze voortgeplant). Wanneer de teef wordt geinsemineerd, dient de dierenarts, die het sperma van de dekreu heeft afgenomen, aan de organisatie, die het stamboek bijhoudt en waarin de pups ingeschreven dienen te worden, een schriftelijke verklaring af te geven, waarin hij vermeldt, dat het verse of bevroren sperma inderdaad afkomstig is van de overeengekomen dekreu. Daarnaast moet de gevolmachtigde van de dekreu de documenten als bedoeld in artikel 8, onder a t/m g kostenloos aan de eigenaar van de teef verstrekken. De kosten voor het afnemen van het sperma en van het insemineren komen voor de rekening van de eigenaar van de teef. De dierenarts, die de inseminatie uitvoert, dient de organisatie, die het stamboek bijhoudt, te bevestigen, dat de teef kunstmatig geïnsemineerd is met het sperma van de oorspronkelijk geplande reu. Op deze verklaring dient ook de plaats en datum van de inseminatie vermeld te staan, alsmede de naam en het stamboomnummer van de teef en de naam en het adres van de eigenaar van de teef. De eigenaar van de dekreu, waarvan het sperma is afgenomen, dient de eigenaar van de teef, in aanvulling op de verklaring van de dierenarts, een ondertekend dekbewijs te verstrekken.

OVERDRACHT VAN FOKRECHTEN – LEASE CONTRACT

14. Over het algemeen wordt degene, die op het moment van de dekking, eigenaar is van de teef, beschouwd als fokker van het nest. Het recht om de teef of dekreu voor de fok te gebruiken mag middels een overeenkomst worden overgedragen aan derden. Een dergelijke overdracht van fokrechten/lease contract moet, voorafgaand aan het fokken, schriftelijk worden vastgelegd. De schriftelijke overeenkomst, waarmee de fokrechten worden overgedragen, moet tijdig worden geregistreerd bij de desbetreffende organisatie, die het stamboek bijhoudt, en indien vereist, bij de rasvereniging. Het lease contract moet met het verzoek om inschrijving van het nest worden bijgevoegd. Deze moet duidelijk de rechten en plichten van beide contractpartijen vermelden. Volgens deze regels wordt de huurder van de teef, vanaf de werpdatum, tot het spenen van het nest, beschouwd als eigenaar.

GRONDBEGINSELEN

15. Pups van twee zuiver gefokte rashonden van éénzelfde ras, die beschikken over een door de FCI erkende stamboom, waarop geen bezwaar of beperking van de nationale kennelclub rust, worden als raszuivere pups beschouwd en hebben daarom het recht op een door de FCI erkende stamboom. In het algemeen worden pups verkocht en overgedragen aan een particulier persoon op wiens naam de exportstamboom moet worden uitgegeven.

16. Een door de FCI erkende stamboom is eerder een bewijs van afstamming dan een bewijs van de kwaliteit van de ingeschreven hond.

REGISTRATIE VAN EEN NEST

17. Tenzij anderszins is overeengekomen, wordt de nieuwe eigenaar van een drachtige teef automatisch de fokker van het te verwachten nest.

18. Elke hond, gefokt, ingeschreven en grootgebracht in een land, dat lid is of contractpartner is van de FCI, dient voorzien te zijn van een permanente en tegen vervalsing beschermde identificatie.
Deze identificatie is tevens op de stamboom vermeld. In principe wordt een nest ingeschreven in het stamboek van het land, waarin de eigenaar van de teef woont (résidence habituelle) en draagt het zijn/haar kennelnaam. Indien het niet mogelijk is de “residence habituelle” wettelijk vast te stellen, dan heeft de eigenaar van de teef het recht zijn of haar nest geboren te laten worden en in te laten schrijven in het land, waar hij of zij, op het moment van de dekking woont, mits aan de volgende eisen wordt voldaan:

De eigenaar dient te voldoen aan de fokeisen van de kennelclub van het land, waar hij/zij op het moment van de dekking woont-

De eigenaar dient een door de desbetreffende lokale autoriteiten van de plaats, waar hij of zij woont, uitgegeven certificaat te verstrekken, waaruit blijkt, dat hij of zij gedurende minimaal 6 maanden (zonder onderbreking) in dit land verblijft. Worden deze eisen nageleefd, dan dient de nationale kennelclub van het land, waarin de eigenaar op het moment van de dekking woont, het nest, dat op zijn grondgebied is geboren, in haar stamboek in te schrijven, de stambomen voor de pups uit te geven voorzien van de kennelnaam van de eigenaar en het adres waar hij of zij woont. Er kunnen uitzonderingen gemaakt worden, wanneer de fokker in een land woont, dat niet over een door de FCI erkend stamboek beschikt. In dat geval mag de fokker het nest inschrijven in een land, dat wel over een door de FCI erkend stamboek beschikt.
Alle nesten dienen volledig ingeschreven te worden, dit omvat alle pups, die tot op de datum van het verzoek tot inschrijving, zijn grootgebracht. Stambomen, welke in feite geboortebewijzen zijn, moeten slechts met het oog op de juiste afstamming worden uitgegeven.
Normaliter mag een teef voor één en hetzelfde nest slechts door één reu worden gedekt. In geval van afwijkingen zijn de kennelclubs verplicht, op kosten van de fokker, middels een DNA-test, de afstamming te bewijzen. Indien een DNA-test wordt uitgevoerd, dient de identificatie (chip of tatoeage) van de hond door de dierenarts, die het monster afneemt, zoals gebruikelijk is conform elk gezondheidsprotocol, te worden gecontroleerd en gecertificeerd; op het document met het testresultaat van het laboratorium dient de identificatie van de betreffende hond te staan.

FOKREGLEMENT VOOR LEDEN VAN DE FCI

19. Het fokreglement voor leden van de FCI en contractpartners kan eisen bevatten, die strenger zijn dan die van de FCI zelf, echter geen eisen, die in strijd (inconsequent) zijn met het Internationale Fokreglement van de FCI.

CONCLUSIE

20. Dit Internationale Fokreglement van de FCI van 1979 vervangt het Internationale Fokreglement van Monaco van 1934. In geval van een meningsverschil over de juridische interpretatie van de tekst, prevaleert de Duitse versie van dit document.

. Goedgekeurd op de Algemene Vergadering van de FCI op 11 en 12 juni 1979 te Bern.
. Vertaling herzien door de juridische commissie in Wintherthur op 22 januari 1990.